Eeuwig ontspullen (column)

Ik voel mij af en toe net de Don Quichot van ‘clutter’; strijdend tegen de te grote hoeveelheid in mijn ogen onnodige (kinder)spullen in ons huis. Speelgoed, kleren, knutselwerkjes, kleine frutsels… de bakken, stapels, manden en kasten lijken zich vanzelf te vullen.

En dat terwijl we ons, voor de geboorte van onze eerste, voornamen weinig en in ieder geval alleen van dat houten en verantwoorde speelgoed te kopen. Ze had toch immers niets anders nodig dan liefde, aandacht en wat voedsel. Als ik nu in ons huis kijkt lijkt niets minder waar te zijn; ik zie veel meer dan hout en ‘verantwoord’.

Daarom zijn we aan het ont-spullen. Al vijf jaar. Regelmatig gaat het voorspoedig. Maar soms werkt de voordeur ineens beter dan de achterdeur. Totdat ik weer genoeg heb van het schijnbaar nutteloos opruimen, plek maken voor de nieuwe spullen en mijn tijd graag nuttiger wil besteden. Aan genieten bijvoorbeeld.

"We zijn al vijf jaar aan het ontspullen"

Soms doen ze ineens lekker mee met opruimen. Zo verzamelde Sofie een hele stapel boeken die ‘wel weg mogen papa’. Geraakt door haar betrokkenheid bij mijn weggooidrift keek ik haar glimlachend aan en viste nog even snel haar lievelingsboeken uit de stapel. Maar vergaren van speelmateriaal vindt ze leuker. Zo kwam ze vorig jaar stralend thuis van de rommelmarkt in de straat met een enorme plastic autobaan. ‘Kijk eens papa. Gratis gekregen van de buurvrouw!’ ‘Ja,’ denk ik dan, ‘daar is de buurvrouw vast heel blij mee’.

Spullen erin gaat makkelijk en vanzelf, daar hoeven we geen moeite voor te doen. Maar diezelfde spullen er weer uit krijgen vraagt wel veel tijd en aandacht.

Tijdens het ruimen komen we er zo nogal eens achter dat spullen een wat belemmerende emotionele waarde hebben gekregen: ‘Van mijn peettante gekregen toen ik voor het eerst op kamers ging’, ‘gevonden toen ik op reis was daar-en-daar-in-dat-verre-land-toen-ik-nog-vrij-was-en-geen-kinderen-had’ of ‘haar eerste romper/broekje/sok/slabbetje/t-shirt/jurkje (*snik*)’.

Allerlei spullen mogen dan niet weg, ook al zijn die lang niet aangeraakt. Terwijl we tegelijkertijd allemaal blij worden van een functioneel leeg en opgeruimd huis. Het verlangen naar orde, rust en ruimte botst dan met melancholie en moeilijk kunnen loslaten.

Zo komt het dat ik nog steeds regelmatig struikel over die grote plastic autobaan.

 *

Deze column schreef ik voor Kiind Magazine

 
Jouw mening of vragen? Laat je reactie achter. Je krijgt altijd antwoord.