Praktijkvader interview - Bevallingsverhaal van een vader

Houtkachel aan, bevalbad op temperatuur en proberen los te laten – bevallingsverhaal van een vader

Praktijkvader interview 14 september 2015
Door: Jeroen de Jong

Iedere vader heeft zijn eigen herinneringen en beleving van de geboorte van zijn kinderen. Mooi heftig, beangstigend, wereldschokkend, gewoon, ontspannen – wat dan ook. En dan het gevoel dat je hebt als je je kind voor het eerst in je armen houdt. Een gevoel van herkenning of juist van ‘hee, wie ben jij eigenlijk?’

Maar wij vaders vertellen die ervaringen maar weinig door. En dat is jammer.

Want het zijn verhalen over de essentie van het leven. Wat voel je, wat doe je, hoe steun je je partner, hoe was het toen je kind voor het eerst zag? Het zou zo mooi zijn als wij vaders die verhalen elkaar meer gaan vertellen. Zodat we verder komen dan alleen de stoere, grappig-bedoelde, horrorverhalen over hoe verschrikkelijk een bevalling wel niet is. En dat we van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen inspireren.

Be sure to share your story. There is no shortage of fear-mongering and simply unhelpful advice when it comes to birth. We need to make birth part of the masculine dialogue. – Geoff in ‘The Father’s Home Birth Hand Book’

En daarom heb ik Robert Tannemaat – buiten-de-kaders-vader van Sofie (4) en Simon (1), enthousiast vuurstoker, en gepassioneerde trainer/coach voor ouders en kinderen bij de Groeierij – gevraagd hoe hij de bevalling van zijn tweede kind beleefde. En dat leverde een mooi, eerlijk en inspirerend verhaal op. Over je eigen weg gaan, verwachtingen bijstellen, communiceren met je partner, opkomen voor je wensen richting verloskundige, kraamzorg en ziekenhuispersoneel en hoe je in dat alles ook nog kunt loslaten en vertrouwen. Zeker ook mooi om te lezen als je partner (op dit moment) niet zwanger is. 

Welkom Robert! Allereerst, hoe heb je je voorbereid op deze bevalling?

Simon is mijn tweede kind en ik heb me veel minder hard ingelezen dan bij de eerste. Ik voelde vooral veel vertrouwen en een diepe band met het kindje. Van binnen wist ik ergens heel duidelijk wie eraan kwam en dat was voor mij meestal meer dan genoeg.

Pieternel – mijn vrouw – en ik hebben samen wel goed besproken wat we – en dan vooral Pieternel – wel en niet wilden met en rondom de bevalling. We hebben ons daarin laten inspireren door een aantal films en boeken. Pieternel heeft dit daarna opgeschreven in een bevalplan voor de verloskundige en eventuele andere hulpverleners. “We” wilden het hands-off doen: er op vertrouwen dat moeders en de natuur weten wat te doen, zonder al te veel inmenging van buitenaf. Geen kunstmatige weeënopwekkers, de navelstreng uit laten kloppen, dat soort dingen.

Maatwerk dus. En dat hebben we van te voren ook goed afgestemd met de verloskundige en de kraamzorg. Deze gesprekken gingen vooral vaak over hoe deze professionals binnen hun verantwoordelijkheid de ruimte konden vinden om aan onze behoeftes te kunnen voldoen. En ik ben blij dat we dit gedaan hebben. Zowel de verloskundige als de kraamzorg stonden hier voor open, waren flexibel en dachten met ons mee.

Een belangrijk punt voor mij om met hen te bespreken was het temperaturen van ons kind. Bij Sofie – onze eerste, die uiteindelijk in ’t ziekenhuis is geboren – viel mij op hoe vaak de temperatuur werd opgenomen door de verpleegkundigen. In mijn beleving gebeurde dit op de automatische piloot en nogal onpersoonlijk. Het lijkt zo’n normale handeling, maar voor mij voelde dit telkens als een inbreuk op haar integriteit. En dat was voor mij dus niet oké. In de aanloop naar de geboorte van Simon heb ik dit met zowel de verloskundige als de kraamzorg besproken. En dat was niet altijd makkelijk. Het meten van de temperatuur in hun vak een belangrijk middel om de gezondheid van de baby in de gaten te houden.

Als oplossing heb ik vlak voor de bevalling zelf een infraroodthermometer gekocht die je niet hoef in te brengen. Maar die ook niet goed blijkt te werken bij baby’s. Maar dat ontdekten we pas ná de geboorte. En dus heb ik uiteindelijk zelf op de écht nodige momenten met een gewone thermometer Simons temperatuur gemeten. Dat voelde een stuk beter dan omwille van ‘het moet nu eenmaal’ het veel vaker door vreemde handen te laten doen.

Zijn er dingen die je echt anders wilde dan bij de eerste bevalling?

Ja! Als we bij deze bevalling in het ziekenhuis terecht zouden komen wilde ik erbij blijven. Bij de geboorte van Sofie was ik ook wel bij, maar ik had toen door de hiërarchische verhouding tussen arts en patiënt moeite om mijn eigen plek te behouden. Het was in alle drukte lastig om te blijven staan voor wat wij belangrijk vonden en daarvoor op te komen. Het lukte gedeeltelijk. Maar toch kwam ik zonder dat ik het echt doorhad terecht op de plek van de vader die foto’s mag maken en als alles achter de rug is de navelstreng door mag knippen. En die verder het beste zijn mond kan houden. Het koste me toen veel inspanning om te voorkomen dat de infuuspomp met weeënopwekkers bij binnenkomst meteen op de hoogste stand ging. Het voelde voor mij dat in het ziekenhuis de bevalling en eerste zorg voor het kind na de geboorte van ons overnamen. De tweede keer wilde ik dat niet laten gebeuren. Ik wilde nu echt meer betrokken zijn bij alles wat er gebeuren.

Waren er dingen waar je bang voor was?

Ja. En dat klinkt misschien gek, maar ik was bang dat we weer naar het zouden ziekenhuis moeten. En dat ik daarmee mijn verbinding met het hele proces zou verliezen. Dat ik dan niet meer kon zorgen dat het zou gaan zoals we het zelf graag wilden: in verbinding, op eigen tempo en thuis met de oudste erbij.

Én ik was bang dat ik het bevalbad niet op temperatuur zou kunnen houden. Een klein detail maar niet onbelangrijk, zo had ik gelezen. Gelukkig viel dit uiteindelijk reuze mee.

En ik was ook bang dat ik met de verloskundige, die uiteindelijk zou komen, niet makkelijk overweg zou kunnen. De praktijk waarvoor we hadden gekozen werkt met meerdere verloskundigen, zodat je vooraf niet weet wie uiteindelijk bij de bevalling is. Het leek me vreselijk energieverslindend als er iemand zou komen die de sfeer en het tempo zou bepalen. Maar ook deze angst bleek ongegrond. Er was juist iemand die het team versterkte. Ze bleef op de achtergrond en handelde op het juiste moment handelde. Dat was ontzettend fijn.

En wat iedereen nu natuurlijk graag wil weten, hoe verliep de geboorte van Simon uiteindelijk?

Nou, dat was een heel avontuur. Maandag, een week na de uitgerekende datum, was er nog geen enkel teken dat bevalling er aan kwam. We probeerden natuurlijk rustig te blijven natuurlijk, maar met de angst voor een naderend ziekenhuisbevalling in gedachten werden we beiden niet echt blij. Gelukkig maakte Pieternel mij die nacht rond één uur enthousiast wakker: “mijn vliezen zijn gebroken!” Ik – hyper van de spanning en de veronderstelling dat een tweede altijd sneller komt – sprong in de 6e versnelling, zette het bevalbad in de kamer, maakte de houtkachel aan en haalde een vriendin op die bij ons thuis tijdens de bevalling op Sofie zou passen.

Er gebeurde echter verder er niets. Misschien waren we allemaal te hyper. En na een paar uur gingen we allemaal weer naar bed. De volgende ochtend heb ik onze dochter gewoon naar de kinderopvang gebracht en waren we samen thuis aan het afwachten.

Dinsdagavond werden we er beiden chagrijnig van. De vliezen waren gebroken maar verder gebeurde er niets. Wat ook speelde was dat die nacht “dé 24 uur van het vruchtwaterprotocol” gepasseerd werd en we niet wisten hoe soepel de verloskundige hiermee om zou gaan. In de meeste gevallen beslist de verloskundige dat 24 uur na het breken van de vliezen de bevalling in het ziekenhuis opgewekt moet worden. We zijn toch maar naar bed gegaan om rust te nemen en met wat knuffelen – oxytocine! – erbij hielp dit goed: de weeën kwamen op gang.

Het was inmiddels half drie ’s nachts. Fijn, dacht ik. Eindelijk kan ik weer wat doen: bad vullen, kachel opstoken, kaarsjes en muziek aan. En zo ging het lekker samen. Pieternel zat in het bevalbad. En ik liep rond, zorgde voor koude washandjes, drinken en overzicht. Geen idee waarvoor dat overzicht nodig was, maar het voelde goed om het te hebben. Tegen zes uur in de ochtend besloten we Sara, de verloskundige, te bellen die een uurtje later op de stoep stond. Het was haar derde bevalling die nacht en omdat ze volgens onze afspraken weinig bemoeienis had, dommelde ze al gauw in slaap in een stoel. Maar zij niet alleen, ook Pieternel, bij wie de weeën weer waren gestopt, was in bad in een soort van slaap weggezakt.

En daar zat ik dan: met een slapende vrouw, een slapende verloskundige en dus als enige wakker. En ik vroeg mijzelf of ik misschien iets moest gaan doen.

Gelukkig werd Sara snel wakker en was zo helder om te beseffen dat het veel te heet was in de kamer. Ik had, bij wijze van welkomswarmte voor ons kind, de kachel opgestookt, maar hierdoor was bij Pieternel alle energie weggelekt.

Ik wist even echt niet meer wat te doen. De 24 uur van het protocol waren ruimschoots voorbij, de weeën waren gestopt en Pieternel leek uitgeput. Er moest iets gebeuren. Maar wat? Vertwijfeld keek ik naar Sara die mij matter-of-factly terugkeek. Ze leek er iets mee te zeggen van: “Je ziet het goed. Er moet iets gebeuren. Wat willen jullie nu?”

Pieternel bleek pas op de helft van de ontsluiting en deze ontdekking deed de energie nog meer inzakken.

We wilden thuis blijven en die ruimte was er nog. Pieternel kwam uit bad en ging naar boven voor een koude douche, zodat ze af kon koelen. Dit gaf rust en samen met wat eten kwam ze weer op krachten. Ik was blij dat ik Sara toe liet in ‘ons team’. Ze hield het hoofd koel, steunde en bewaakte op gepaste afstand het proces, zorgde voor eten en bracht ons zo weer in de juiste mood.

Een kort onderzoekje van Sara vertelde dat ons kindje gedraaid was en nu dwars voor de uitgang lag. “Damn, ook dat nog!” schoot er door mij heen. En tegelijkertijd wist ik dat het geen probleem hoefde te zijn. Door mijn werk als intuïtief healer wist ik wat te doen: ik maakte verbinding met ons kind en “vroeg” hem wat er aan de hand was en wat hij nodig had. Er kwam veranderding en na tien minuten vertelde Sara dat het erop leek dat hij weer goed was gaan liggen.

Pieternel had door het eten en drinken weer nieuwe energie gevonden. En daar kwamen ook de weeën weer! Nu erg regelmatig en kort achter elkaar. Man, wat was ik blij. Ook omdat Sara ons in alle vertrouwen liet in ons eigen proces en waar nodig professioneel bijsprong.

Na een uurtje hard werken door Pieternel brak de laatste fase aan. En van achter de baarkruk zag ik Simon geboren worden.

Maar er was geen geluid, geen beweging, niets. Alleen maar een wit klompje mens wat stil op de handdoeken op vloer lag.

Oké, nu snel handelen” zei Sara, terwijl ze Simon afnavelde en op bed legde. ”Robert” zei ze kortaf “haal een telefoon en bel een ambulance”. Verward en tegelijkertijd stijf van de adrenaline rende ik naar beneden. O. Mijn. God! Laat het niet waar zijn! Dít stond niet in ons script!! Weer boven belde de verloskundige de ambulance terwijl ze Simon droog wreef. Pieternel vertelde – in mijn ogen wonderbaarlijk krachtig, rustig en aanwezig – aan Simon dat hij welkom was en erbij kon komen. Nog een keer werd ik naar beneden gestuurd om een tas voor Sara te halen met daarin, godzijdank geen defibrillator, wat ik in mijn angst dacht, maar een apparaatje om Simons mond leeg te zuigen.

Alles bij elkaar waren er maar één of twee minuten verstreken. Al leek het een uur. En toen begon hij te sputteren en werd langzaamaan rood van kleur. En naar een paar minuten was hij helemaal oké. Toen snapt ik pas dat ik nu vader was niet één, maar twee kinderen. Nog nooit eerder voelde mijn leven zó compleet en dankbaar.

Later zijn jullie met Simon toch nog in het ziekenhuis beland. Hoe heb je dat ervaren?

Ja, toen Simon een maand of twee, drie was kreeg hij vrij hoge koorts. En omdat het weekend was belden wij met de huisartsenpost in het ziekenhuis. We konden even langskomen. Het leek onschuldig, maar de arts stelde voor toch even de kinderarts er naar te laten kijken. En voor je het weet ben je er 24 uur mee bezig.

Ik vond het best stressvol om daar te zijn met zo’n klein kindje. De ziekenhuismachine met alle protocollen draait volop en sloot regelmatig niet aan bij wat wij belangrijk vinden. Ik voelde mij alert genoeg om er zo goed mogelijk er te zijn voor mijn zoon. Zo hield ik hem vast bij het bloedprikken zodat hij wat hoger was, wat het bloed afnemen makkelijker en minder pijnlijk maakte. Ik moest vrij duidelijk kenbaar maken dat ik hem zelf naar de kinderafdeling zou dragen, wat eerst niet mocht en ze erop stonden hem in zo’n vissenkom te vervoeren. “Ja, meneer, het is mijn verantwoordelijkheid en u zou hier kùnnen uitglijden.” Thuis zorgde ik ’s nachts samen met Pieternel voor Simon en ik wilde daarom ook nu in het ziekenhuis blijven slapen. Dat ging niet vanzelf ging maar uiteindelijk wel lukte.

We hadden ook wel even moeite om het personeel ervan overtuigen dat Simon bij Pieternel in bed sliep, omdat anders niemand een oog dicht zou doen. We konden ze niet overtuigen, maar dat was geen belemmering om juist wel te doen wat voor ons goed voelde.

Ik wil graag goed begrijpen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en dan ook heldere keuzes maken. Vooral als het gaat over de gezondheid van mijn kinderen. En daarom stelde ik mijzelf vragen bij het aantal milligram paracetamol die ze hem wilden geven. Ik heb zelf ooit wat voorgeschreven gekregen en kon mij gezien het grote verschil in lichaamsgewicht niet goed voorstellen dat een baby zoveel mocht hebben. Internet leek het met mij eens en ik legde mijn dilemma voor aan de verpleegkundige. Ze trok het helaas persoonlijk aan en sneed mij toe dat ik “dus het advies van de arts in twijfel wilde trekken”. “Euhh, nou nee, maar ik wil wel graag begrijpen waarom iets gebeurt zodat ik een juiste keuze kan maken”. Nou, dat werd niet echt een succes dus. En ik was blij dat we na 24 uur weer naar huis ‘mochten’.

Nu lijk ik wellicht nogal kritisch. En dat is misschien ook wel zo, maar het gaat me vooral om dat het zo lastig is om als ouder gelijkwaardig betrokken te worden in keuzes die gaan over ons eigen kind.

Tegelijkertijd ben ik trouwens wel erg blij ben dat er ziekenhuizen bestaan hoor. En heb ook ervaren dat vrijwel iedereen daar met liefde en toewijding haar of zijn werk doet. Het is fantastisch handig is als er écht nood aan de man – of kind – is. Maar het vraagt, als je een betrokken ouder bent die graag bewuste keuzes maakt, wel om een groot uithoudingsvermogen en goed ontwikkelde communicatievaardigheden. Anders hou je het niet vol.

Robert, wat zou je willen zeggen tegen alle vaders die nu of in de toekomst een kind verwachten?

Het is erg prettig om samen met je partner vooraf door te spreken wat ieders verwachting en wensen zijn. En dat zo nodig ook met de verloskundige te bespreken. Je kunt dit als je wilt vastleggen in een bevalplan. Dat plan kun je – als de bevalling in het ziekenhuis plaats vindt – als houvast en leidraad gebruiken. Ga in ieder geval staan voor wat jullie belangrijk vinden en maak het zo nodig bespreekbaar met zorgverleners zodat jullie wensen en behoeftes ook echt vervuld worden.

Maar het belangrijkste wat ik mee zou willen geven ontdekte ik nog maar net, zo’n acht maanden na de geboorte van Simon. Tijdens een sprekerstraining vertelde ik als oefening het verhaal van Simons geboorte en ik merkte dat het moment dat hij geboren werd en als dood voor mij op de grond lag, mij nog emotioneel maakte.

En toen ik het uitsprak begreep ik ineens mijn “les” uit deze situatie. Want het enige wat ik op dat moment kon doen was loslaten en vertrouwen hebben in zijn kracht. Ik was de hele bevalling bezig geweest om wat binnen mijn macht lag zo goed mogelijk te doen. Mijn o zo herkenbare patronen van perfectie, fixen en controleren. En het enige wat ik kon doen op dat ene moment was vertrouwen hebben in zijn eigen keuze en kracht. Vertrouwen hebben in het leven: dat het is zoals het is en ik daar niet altijd iets over te zeggen heb. Zelden heb ik me zo kwetsbaar gevoeld. Maar het gaf me ook een soort van respect voor hem. En het legde een sterke verbinding tussen ons. Ik zie hem nu helemaal zoals hij is: een krachtig eigen persoon. Natuurlijk heeft hij mijn zorg, liefde en aanwezigheid nodig heeft en die geef ik hem met alles wat ik heb. Maar ik hoef hem niet te controleren en sturen. Hij is zichzelf.

Dat wil ik wel aan meegeven aan alle vaders die nog een bevalling gaan meemaken: vertrouw op de kracht en eigenheid van je kind en die van het leven. Hoe kwetsbaar dit ook voor je aan kan voelen.